Eucalyptus: de groene petroleum van Portugal

Portugal is een bosrijk gebied. Eén van de meest voorkomende en belangrijkste bomen van het land is de eucalyptus. Het is een makkelijk herkenbare boom door het typerende blad en natuurlijk de bekende geur. Zeker na een regenbui kun je je als wandelaar ineens bewust worden van de aanwezigheid van eucalyptus.

De eucalyptus groeit voornamelijk in de binnenlanden rond Santarém en Coimbra, in het Monchique gebergte in de Algarve en op het eiland Madeira. De boom, die maarliefst 70 meter hoog kan worden, komt oorspronkelijk uit Australië en kent inmiddels zo´n 600 verschillende soorten. De eucalyptus globulus die in Portugal groeit is de enige soort die tijdens de bloeiperiode van oktober tot maart mooie witte bloemen krijgt.

Het bekendste kenmerk van de boom is de geur, die wordt veroorzaakt door de etherische olien in de bladeren. Deze olien worden veelal gebruikt als desinfecterend middel of medicijn bij verkoudheid, bronchitis of soortgelijke klachten. Daarnaast wordt de eucalyptus veel gebruikt in de papierindustrie. Het is een snel groeiende boom, die al na acht tot tien jaar geoogst kan worden. Het hout is door zijn structuur en zachtheid vooral geschikt om papier van te maken en om deze reden is de eucalyptus voor Portugal een belangrijke inkomstenbron.

De boom werd in 1830 geïntroduceerd en al snel werd duidelijk dat het Portugese klimaat en de grond zeer geschikt waren. In de tweede helft van de twintigste eeuw nam de produktie van de eucalyptus een vlucht en kreeg de Portugese celluloseproduktie internationale bekendheid. In het begin van de jaren negentig waren het vier cellulosefabrieken die de dienst uitmaakten. De belangrijkste twee, het door de staat gecontroleerde Portucel en het bedrijf Soporcel zijn inmiddels verenigd tot één. Op hun site vertellen ze hoe ze baanbrekend waren: in 1957 zou de fabriek van Cacia er als eerste ter wereld in zijn geslaagd om eucalyptushout om te zetten tot papierpulp.

Het succes van de cellulosefabrieken werd door velen bejubeld. De minister van Industrie Luís Mira Amaral noemde het ´de groene petroleum´ van Portugal. Door het grote succes van de celluloseproduktie – rond de 5% van het bruto nationaal produkt – wilden de grote bedrijven steeds meer grond gebruiken voor de aanplant van nieuwe eucalyptus. Hier was echter niet iedereen blij mee, waardoor er in de jaren negentig een ware eucalyptus oorlog  uitbrak tussen de bedrijven en lokale boeren en milieuactivisten. Die laatsten zeggen dat de eucalyptus veel te veel water verbruikt, waardoor de stand van het grondwater achteruit gaat en daarmee de kwaliteit van de grond. De boom heeft om deze reden volgens de miliebeschermers een desastreuze impact op de omringende flora en fauna.

Portucel en Soporcel verklaren dat het allemaal wel meevalt. Volgens hen zou de eucalyptus juist uitermate efficient met water omgaat. Ze vergelijken de boom met een kameel, want de eucalyptus zou in zijn bladeren een reservevoorraad vocht opslaan voor schaarse tijden.

Maar er zijn nog meer nadelen aan de lekker ruikende bomen: ze zijn uitermate brandbaar, dus gaan bij een bosbrand pijlsnel in vlammen op. Dit maakte sommige bosbranden in Portugal in het verleden extra moeilijk onder controle te krijgen. Daarnaast is de cellulose produktie (het koken van het hout onder toevoeging van chemicalien) ook bepaald niet milieuvriendelijk te noemen. Daarom zal er altijd een gespannen relatie bestaan tussen de economische voordelen van de boom en de nadelige gevolgen van de produktie.

 

Bron: http://www.portucelsoporcel.com

Lees ook:De oudste boom van Portugal
Lees ook:Romeinse villa ontdekt in Silves
Lees ook:Boom Festival: spiritualiteit en duurzaamheid
Lees ook:De johannesbroodboom: over cola, goud en chocola
Lees ook:De zeven wonderen der natuur: Grutas de Mira de Aire

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.