Portugese koningen deel XVI: O Desejado

De zestiende koning van Portugal is misschien wel de meest opmerkelijke koning van al. Hij stelde als koning eigenlijk weinig voor, was zowel lichamelijk als geestelijk ziek en stortte het land in grote armoede, maar toch wordt hij nog altijd gezien als degene die Portugal kan redden van alle ellende. De terugkeer van zijn persoon is jaren na zijn dood uitgegroeid tot een soort profetie. De hoop op zijn terugkeer wordt sebastianismo genoemd en staat nog altijd symbool voor de wens van de Portugezen dat welvaart en voorspoed ze zomaar ineens in de schoot wordt geworpen.

Op het moment dat koning João III in 1557 overleed waren al zijn zoons overleden. De troonopvolger werd dan ook zijn driejarige kleinzoon D. Sebastião. Deze kreeg de bijnaam O Desejado (de Gewenste), omdat het voor Portugal van groot belang was om een troonopvolger te hebben in de Avis-dynastie. Uiteraard was hij nog te jong om het bestuur van het imperium over te nemen, dus volgden er allereerst twee regentschappen. De eerste was die van Catarina de Áustria (Catherina van Habsburg), zijn oma (1557-1562). Daarna regeerde zijn grootoom, de kardinaal Henrique de Évora (Hendrik van Portugal), in Sebastião´s plaats van 1562 tot 1568. Op veertienjarige leeftijd, nadat hij door de Jezuïeten was opgevoed, nam Sebastião dan zelf het bestuur van Portugal in handen.

Net als het bestuur van zijn opa, João III, was de regering van Sebastião er op intern gebied vooral één van stabiliteit. Verandering en expansie kenmerkten het begin van de zestiende eeuw, maar nu was vooral het behoud en de versterking van de bestaande orde van belang. De enige nieuwe gebieden die nog aan het imperium werden toegevoegd waren Macau (1557, nadat de Chinezen toestemming hadden gegeven voor Portugese aanwezigheid) en Daman in India (1559), waardoor de omvang van het rijk zijn hoogtepunt bereikte. Daarna werd het verdedigen van de bestaande orde tegen interne of externe vijanden de hoofdzaak. Zo werd er bijvoorbeeld gestreden tegen de Engelse en Franse piraterij, die de vrije doorgang naar Indië en Brazilië belemmerde. Ook werden er talloze forten gebouwd langs de Portugese kust en in de Marokkaanse bezittingen, om de aanvallen van moslimlegers te kunnen neerslaan.

Religie was een essentieel element in het bestuur van D. Sebastião. Dit is te zien in de consolidatie en uitbreiding van de Inquisitie, de oprichting van nieuwe bisdommen en de toenemende macht van de Kerk. Ook de oprichting van een nieuwe universiteit, de Universiteit van Évora (1559), had een religieus element, want het bestuur kwam vrijwel volledig in handen van de Jezuïeten.

Sebastião had zelf eigenlijk maar belangstelling voor één ding: Heilige Oorlog. Het bijbehorende doel was de verovering van Marokko en de verspreiding van het katholieke geloof onder de islamitische bevolking. Dat voor een dergelijke verovering een gedisciplineerd leger, structuur en strategie nodig was zag hij niet in. Hij begreep wel dat er geld nodig was, dus stelde hij nieuwe belastingen in, liet hij “nieuwe christenen” veel geld betalen om te voorkomen dat hun bezittingen geconfisqueerd zouden worden door de Inquisitie en leende hij geld van buitenlandse handelaren. De Kerk echter zorgde voor de grootste bijdrage. Hiermee kocht hij huurlingen uit Duitsland, Nederland, Spanje en Italië om een leger te vormen.

In 1578 achtte Sebastião de voorbereidingen voldoende en trok hij met zijn zeer zwakke leger naar de Portugese kolonie Asilah. Van daaruit werd de campagne richting het zuiden ingezet, onder leiding van de koning zelf. Iets meer dan vijftienduizend man infanterie en vijftienhonderd cavaleristen namen bij de slag van Alcácer-Quibir (Ksar-el-Kebir, 4 augustus 1578) het op tegen een moslimleger van achtduizend voetsoldaten en eenenveertigduizend cavaleristen. Het Portugese leger werd totaal in de pan gehakt. Duizenden soldaten sneuvelden, waaronder koning Sebastião en het grootste deel van de Portugese aristocratie. Vrijwel alle overlevenden werd krijgsgevangen gemaakt,op een klein groepje van nog geen honderd man na.

Na de grote uitgaven die de overzeese bezittingen eisten, de kosten van de vele bouwwerken en de zinloze oorlog in Marokko was de staatskas leeg. Hoewel Portugal een enorm rijk bezat was het land straatarm en moesten de edelen hun juwelen verkopen om aan geld te komen om de krijgsgevangen vrij te krijgen. Met het laatste beetje geld dat ze konden vinden werd het lichaam van Sebastião naar Portugal gehaald, maar of het hem werkelijk is blijft een raadsel. Hij is weliswaar begraven in het Mosteiro dos Jerónimos, maar nog nooit is onderzocht of het werkelijk de koning is die in het graf ligt.

Hiermee was de mythe geboren. Was Sebastião wel echt dood? Of werd hij gevangen gehouden in Marokko, of wellicht in Spanje? Misschien schaamde hij zich zo erg voor het verlies dat hij ergens ondergedoken bleef? Hoe dan ook, op een dag zou hij terugkomen om de Portugese natie te redden. En die redding was nodig, want Sebastião was nooit gehuwd en had geen kinderen, dus geen opvolger. Bij gebrek aan een rechtmatige troonopvolger leek de Spaanse koning nu echt legitiem aanspraak te mogen maken op de Portugese troon. De vele incestueuze huwelijken tussen de Spaanse en Portugese troon hadden er voor gezorgd dat de Avis-dynastie geen opvolgers meer had (door de hoge kindersterfte en beperkingen bij andere kinderen, zoals Sebastião) en dat de Spaanse Filipina-dynastie nu daadwerkelijk rechten kreeg in Portugal.

Lees ook:Portugese koningen deel XVII: O Casto
Lees ook:Portugese koningen deel XXI: O Restaurador
Lees ook:Portugese koningen deel XVIII: O Prudente
Lees ook:Portugese koningen deel XIX: O Pio
Lees ook:Portugese koningen deel III: O Gordo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.