Calouste Gulbenkian: van zakenman tot filantroop

Wie Lissabon bezoekt zal ongetwijfeld tegen de naam Calouste Gulbenkian aanlopen. Het gelijknamige museum is in alle reisgidsen terug te vinden en ook zeker een bezoek waard. Maar hoe kwam het eigenlijk dat deze man (want Calouste Gulbenkian is een naam) en al zijn kunstschatten in Lissabon terecht kwamen?

Calouste Gulbenkian werd geboren in Istanbul op 23 maart 1869. Hij was echter geen Ottomaan, maar een Armeniër, afkomstig uit de rijke en machtige Gulbenkian familie, die al sinds de veertiende eeuw grote welvaart en invloed had vergaard in het Ottomaanse Rijk (waar Armenië sinds 1454 deel van uitmaakte). Calouste vertrok na zijn studie in Kadikoy naar Europa. Hij studeerde eerst in het Franse Marseille en daarna aan het King´s College in Londen.

Na zijn studie werd hij door zijn vader aangespoord stage te lopen bij de olievelden van de Perzische golf. Hij raakte gefascineerd door de wereld van de olie en publiceerde verschillende artikelen over het onderwerp. Naarmate de Ottomanen zich steeds meer tegen de Armeniërs keerden, vluchtte Gulbenkian naar Egypte. Daar leerde hij dat ook diplomatie een essentieel onderdeel uitmaakte van de oliehandel. Met zijn uitgebreide internationale ervaring wist Gulbenkian als geen ander een netwerk op te bouwen en hij wist het te brengen tot medeoprichter van de Royal Dutch Shell Group.

Na de Eerste Wereldoorlog werd Gulbenkian als commercieel en diplomatiek vertegenwoordiger van Perzië in Frankrijk aangesteld, een beroep dat hij vierentwintig jaar zou beoefenen. Hij speelde een cruciale rol in de contacten tussen het Ottomaanse Rijk en Europese landen als Engeland en Frankrijk en paste zich feilloos aan indien nieuwe politieke ontwikkelingen dit vereisten. Ook nadat het Ottomaanse Rijk uiteenviel bleef Gulbenkian een belangrijke speler in de mondiale onderhandelingen rond de olie in de Perzische Golf. Hij kreeg de bijnaam “De man van vijf procent”, omdat hij eiste dat minimaal vijf procent van de werknemers van de olievelden onder bestuur van de Iraq Petroleum Company Armeniërs zouden zijn.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevond Gulbenkian zich in Parijs. Hij werd gedwongen te vluchten voor de nazi’s en maakte hiervoor plannen vanuit Vichy. Gulbenkian wilde naar Amerika en accepteerde het aanbod van de Portugese ambassadeur om te reizen via het neutrale Portugal. Zo kwam Calouste Gulbenkian in 1942 terecht in Lissabon, ver van al het oorlogsgeweld, waar hem het bekende Avis hotel ter beschikking werd gesteld (op de plek waar nu het Sheraton staat). Hij voelde zich dermate op zijn gemak bij de Portugezen dat hij de Amerika plannen vergat en uiteindelijk de laatste dertien jaar van zijn leven in Lissabon doorbracht. Hij stierf in Lissabon op 20 juli 1955.

In de Gulbenkian familie werd van generatie op generatie de liefde voor de kunst en het investeren in liefdadigheid doorgegeven. Voor de uiterst welvarende Calouste Gulbenkian was dit niet anders. Zeker toen tijdens de Eerste Wereldoorlog de Armeense genocide plaatsvond (altijd ontkend door Turkije), bood de Gulbenkian familie op alle mogelijke manieren de helpende hand. Zo werden er ziekenhuizen, scholen, kerken en vluchtelingenkampen gebouwd. In zijn testament sprak Gulbenkian de wens uit voor de oprichting van een internationale stichting waar het bruggen slaan tussen naties, groepen en belangen centraal zou staan. Dit werd de Fundação Calouste Gulbenkian, één van de grootste stichtingen ter wereld, die zich bezighoudt met culturele, educatieve en sociale belangen.

Gulbenkian sprak in zijn testament eveneens de wens uit dat zijn volledige kunstverzameling door de stichting zou worden beheerd. In de loop der jaren kocht hij duizenden belangrijke kunstobjecten als schilderijen van Rembrandt en Rubens, beeldhouwwerken uit de Hermitage of Egyptische stukken uit de Oudheid. Deze collectie was aanvankelijk verspreid over Parijs, Londen en New York, dus het had enig voeten in de aarde de collectie weer compleet en in Lissabon te krijgen. In 1960, vijf jaar na zijn dood, kwamen de schatten dan eindelijk naar Portugal en werden allereerst tentoongesteld in het Palácio dos Marqueses de Pombal in Oeiras. In 1969 werd het huidige Museu Calouste Gulbenkian in Lissabon geopend. Buiten de traditionele collectie die verzameld werd door Gulbenkian vind je hier ook tijdelijke exposities.

Museu Calouste Gulbenkian
Av. de Berna 45A
1067-001 Lisboa Codex
Tel.: (21)7823000
Fax.: (21)7823032

Openingstijden:
dinsdag t/m zondag: 10.00 – 17.45 uur
gesloten op: maandagen, 1 januari, paaszondag, 1 mei en 25 december

Meer informatie: www.museu.gulbenkian.pt en www.gulbenkian.pt

Lees ook:Pedro Carneiro wint Gulbenkian kunst prijs
Lees ook:Lissabon vóór 1755
Lees ook:Mode ontwerpster vraagt aandacht voor Madeira
Lees ook:Kurk ontmoet keramiek
Lees ook:Portugezen op vakantie in Spanje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.