Portugese koningen deel XXI: O Restaurador

In het laatste deel van de serie “Portugese Koningen” schreef ik over het einde van de Spaanse bezetting van Portugal. De eerste koning van Portugal´s vierde (en laatste) dynastie, het Huis van Bragança, was Dom João IV. Zoals gezegd werd hij door de samenzwerende adel uitgekozen tot enige, rechtmatige troonopvolger. Hij was een achter-achter-kleinkind van koning Manuel I en de kleinzoon van Dona Catarina, prinses van Portugal (zie ook deel XVII).

D. João, hertog van Bragança, twijfelde toen hem gevraagd werd de nieuwe koning van Portugal te worden. De revolutionairen dreigden een republiek te stichten als hij niet zou meewerken en onder druk van zijn echtgenote, Dona Luisa de Gusmão, gaf hij uiteindelijk toe. D. João was met de Spaanse Luisa getrouwd als onderdeel van de gemengde huwelijken politiek van de graaf van Olivares (zie deel XX). Deze probeerde hiermee Spanje en Portugal tot éénn natie samen te doen smelten, dus het was ironisch dat uitgerekend Dona Luisa aanzette tot verzet tegen de Spaanse bezetting.

Op 1 december 1640 vielen de samenzweerders het paleis binnen in Lissabon en namen de macht over. Vanaf dat moment begon de onafhankelijkheidsoorlog tegen Spanje, of zoals de Portugezen zeggen de “Restauração“. Op 15 december werd D. João gekroond tot koning en kreeg als bijnaam “O Restaurador“. Zijn belangrijkste taak was de Portugese onafhankelijkheid veilig te stellen door de Spanjaarden voorgoed te verslaan; een taak die hij met geduld tegemoet trad. Om te beginnen was vooral geld nodig om het leger en de militaire infrastructuur te versterken. Doordat het grootste deel van de Portugese bevolking achter hem stond kon hij zonder verzet een belastingverhoging doorvoeren, maar hij vond bijvoorbeeld ook een belangrijke inkomstenbron onder de “nieuwe christenen” (Joden die gedwongen werden zich te bekeren door de Inquisitie).

Het feit dat Spanje volop verwikkeld was in de Dertigjarige Oorlog, maakte het mogelijk voor Portugal op krachten te komen. Bij de Batalha de Montijo (Slag van Montijo) op 26 mei 1644 werd een eerste grote overwinning op het Spaanse leger behaald. Dit bracht niet alleen het Spaanse leger grote verliezen, maar wakkerde ook de Portugese motivatie aan. Naast de opbouw van het leger werden ook internationale bondgenoten gezocht. D. João stuurde diplomaten de hele wereld over om er voor te zorgen dat Portugal´s onafhankelijkheid internationaal werd erkend. De banden met grootmachten Frankrijk en Engeland werden aangehaald, wat in de oorlog tegen Spanje van belang was, maar ook in het behoud van de voortdurend onder vuur liggende koloniën.

Niet iedereen in Portugal was tevreden met D. João. Een aantal tegenstanders, onder wie de hertog van Caminha, de aartsbisschop van Braga en enkele handelaren uit Lissabon, zweerden samen om hem af te zetten, maar deze poging mislukte op 29 augustus 1641. Ze werden ontdekt en geëxecuteerd, met uitzondering van de geestelijken.

D. João kreeg zeven kinderen met Luisa de Gusmão. Vier kinderen, waaronder zijn oudste zoon, waren echter al dood toen D. João IV zelf overleed in 1656 (de vrede met Spanje maakt hij dus niet meer mee). Opvolger werd zijn zesde kind, Afonso. Koning João IV, stichter van het Huis van Bragança, ligt begraven in het klooster van São Vicente de Fora in Lissabon.

Lees ook:Portugese koningen deel XVII: O Casto
Lees ook:Portugese koningen deel XVI: O Desejado
Lees ook:Portugese Koningen deel XX: O Grande
Lees ook:Portugese koningen deel XVIII: O Prudente
Lees ook:Portugese koningen deel XXII: O Vitorioso

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.