Portugese koningen deel XXIII: O Pacífico

Koning Pedro II, drieëntwintigste koning van Portugal, brengt ons in deze serie naar de achttiende eeuw. Volgens de historicus José Hermano Saraiva is dit het moment waarop de grondslag wordt gelegd voor de absolute monarchie, die een eeuw later tot een hoogtepunt zou komen.
Pedro II was, zoals we in deel tweeëntwintig lazen, sinds 1667 regent van Portugal en, na de dood van zijn broer Afonso VI, in 1683 officieel koning. Hij kreeg de bijnaam O Pacífico, de vreedzame, omdat tijdens zijn regentschap het Verdrag van Madrid (1668) werd ondertekend, waarmee er een einde kwam aan de oorlog met Spanje en Portugals onafhankelijkheid eindelijk gewaarborgd werd. 

In Portugal hadden de koningen João II en Sebastião enige absolutistische trekjes gehad, maar aan deze trend kwam een einde toen de Spaanse koningen de macht overnamen in Portugal. Na de onafhankelijkheid leek er aanvankelijk weinig ruimte voor de Portugese koning om als absoluut vorst op te treden. Het was niet dat het gewone volk enige inspraak had, maar de adel en geestelijkheid zaten toch zeker stevig in het zadel. Het was in 1640 de adel geweest die de hertog van Bragança als João IV op de Portugese troon had geplaatst en hem als één van hen beschouwden. Pedro II was echter geheel niet van plan om de adel in zijn besluitvorming te betrekken. De Cortes, gevuld met de vertegenwoordigers van adel en geestelijkheid, liet hij voor de laatste maal bijeenkomen in 1698. Hoewel de Cortes buiten spel waren gezet, gold het niet voor de adel en geestelijkheid als geheel. Nog altijd moest Pedro rekening met deze machtige groepen houden en dat zou nog tot begin negentiende eeuw zo blijven.

In de Cortes-bijeenkomst van 1698 dwong Pedro II een wetswijziging af, die ervoor zorgde dat hij de Cortes niet nodig had bij het aanwijzen van zijn opvolger. Dit was belangrijk voor de koning, omdat hij zelf niet als legitieme opvolger op de troon was gekomen, maar als usurpator, waardoor zijn zoon niet per sé de legitieme opvolger zou zijn. Na 1698 kon hij er zonder problemen voor zorgen dat hij door zijn eigen zoon opgevolgd zou worden. Pedro II kreeg elf kinderen van vier verschillende vrouwen. Na zijn huwelijk met zijn ex-schoonzus koningin Maria Francisca (met wij hij één dochter kreeg), trouwde hij met de Duitse Maria Sophia Elisabeth van de Palts met wie hij zeven kinderen kreeg. De eerste was een zoon die slechts twee weken leefde. Het tweede kind was opnieuw een zoon en deze João moest zijn opvolger worden op de Portugese troon.

De Europese politiek van het moment was er geen waar Portugal zich buiten kon houden. Het belang van Portugals koloniale bezittingen zorgde ervoor dat er altijd goed nagedacht moest worden over de vrienden en vijanden die men maakte. Aanvankelijk was er de keuze tussen vriendschap met Frankrijk of vriendschap met Spanje, een keuze die de Portugezen verdeelde. De opvolgingskwestie rond Spanje’s koning Karel II deed echter de verhoudingen verschuiven. De Spaanse Karel II was de laatste van de Habsburgse koningen toen hij in 1700 overleed. Het gebrek aan nakomelingen opende binnen Europa de discussie wie de legitieme troonopvolger was. Karel II zelf had in zijn testament Filips van Anjou aangewezen, de kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV. Deze laatste zag zijn kans schoon om niet alleen over Frankrijk, maar ook over Spanje te regeren. Leopold I van het Heilige Roomse Rijk was niet van plan Lodewijks expansiedrift af te wachten en claimde de Spaanse troon voor zichzelf, hij was tenslotte ook een Habsburger. Leopold kreeg steun van Engeland en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Aan Portugal nu ineens een hele andere keus: moest het zich aansluiten bij het Engels-Hollands-Oostenrijkse kamp of het Frans-Spaanse kamp? Aanvankelijk koos Pedro II voor de laatste optie. In het Verdrag van Parijs sloot hij zich aan bij Lodewijk XIV. Enige tijd later, toen de Fransen pijnlijke nederlagen leden en de Engelse vloot een steeds grotere bedreiging ging vormen, bedacht Pedro zich. Hij liet de Fransen voor wat ze waren en sloot een verbond met de Engelsen. Hij kreeg hierbij de belofte van een aanzienlijk stuk Spaans land als de alliantie zou winnen. Toen het zo ver was kwam er echter niets terecht van deze belofte. De Vrede van Utrecht (1713) gaf Portugal enige gebiedswinst in Brazilië, maar veranderde de Portugese grenzen in Europa niet.

Naast de militaire beloftes werden ook de commerciële banden met Engeland verder aangehaald in het Verdrag van Methuen (1703). Hierin werd vastgelegd dat er voorrang werd gegeven aan Portugese wijn in Engeland en aan Engelse textiel in Portugal. Hoewel onder Pedro II een belangrijke nationale textielindustrie werd opgebouwd (met Covilhã als hoofdstad), zorgde de volop uit Engeland geïmporteerde textiel ervoor dat de sector zich nauwelijks ontwikkelde. De zelf geproduceerde textiel bleef altijd inferieur aan de stoffen uit het noordwesten van Europa. Waar de rijke Portugezen in de stad zich hulden in de mode uit Engeland, namen de landgenoten op het platteland genoegen met de eigen geproduceerde artikelen.

Engeland op zijn beurt importeerde zogezegd veel Portugese wijn en was vooral grootafnemer van port. De Portugezen beklaagden zich echter of het feit dat de Engelse handelaren de port in eigen land vele malen duurder verkochten dan de prijs die ze er in Portugal voor betaald hadden. Andere zaken waar de Portugese economie zich op richtte waren de glasindustrie, ijzergieterijen en leerbewerking. Ondanks de initiatieven van Pedro II – of liever gezegd de minister van Financiën, de graaf van Ericeira – bleef de Portugese economie er slecht voorstaan. De koloniën waren in slechte staat en onder voortdurende dreigingen blootgesteld, omdat er geen middelen waren ze te verdedigen. Pas toen in Brazilië goud werd gevonden begon Pedro’s schatkist zich te herstellen. In 1699 werd de eerste lading van 500 kilo goud naar Portugal verscheept. In de jaren die volgden begon deze bron van inkomsten steeds meer mee te tellen.

Pedro II overleed in 1706 na een kort ziekbed. Hij ligt samen met zijn ex-vrouw Maria Francisca en de broer die hij van de troon stootte, Afonso VI, begraven in het Pantheon van de Braganças in het klooster van São Vicente de Fora in Lissabon. Zoals hij al vroegtijdig geregeld had, volgde zijn zoon João hem op als koning van Portugal.

 

Lees ook:Portugese koningen deel XII: O Africano
Lees ook:Portugese koningen deel IX: O Formoso
Lees ook:Portugese koningen deel IV: O Capelo
Lees ook:Portugese koningen deel X: De Boa Memória
Lees ook:Wie is de opvolger van de Portugese troon?

5 reacties op “Portugese koningen deel XXIII: O Pacífico

  1. Gavin

    I am here on this site for the first time and I’m really enjoying it! As I can see in comments a lot of people her like what you are doing here!! Well done!

      /   Beantwoorden  / 
  2. WDW Peak Seasons

    What you’re saying here is completely true. I know that everybody must say the same thing but I just think that you put it in a way that everyone can understand.

      /   Beantwoorden  / 
  3. mercadee

    Wij smeken Uwe Majesteit niet te geloven in het kwaad dat er over ons wordt gesproken door diegenen die zich nergens anders om bekommeren dan om wat zij zich op onrechtmatige wijze verworven hebben en die door hun slavenhandel ons koninkrijk en het christendom, dat daar al zo lang gevestigd is en Uwe voorgangers veel offers heeft gekost, te gronde te richten. Katholieke koningen en vorsten, Majesteit, spannen zich in om aan nieuwe volken de grote zegeningen van het geloof te geven. Wij willen dit geloof behouden voor diegenen die het aangenomen hebben. Maar dat is moeilijk te verwezenlijken hier, waar Europese goederen zo’n aantrekkings-kracht uitoefenen op de eenvoudigen en onwetenden dat zij God verlaten om deze te verkrijgen. De remedie is het verbieden van deze goederen, die een valstrik van de duivel zijn voor zowel verkopers als kopers. De verleiding van winst en hebzucht zet de mensen van dit land ertoe aan hun landgenoten, zelfs leden van hun en onze eigen familie, te stelen, zonder in aanmerking te nemen of zij christen zijn. Zij nemen hen gevangen, verkopen hen, ruilen hen. Deze wantoestand is zo ernstig dat wij die niet kunnen corrigeren zonder steeds harder op te treden.

      /   Beantwoorden  / 
  4. Adeline K. Sampson

    Gedurende de korte regeringsperiode van Duarte (1433-1438) bepleit zijn jongste broer Fernando in 1436 een expe­ditie tegen Tanger en Arzila in Marokko. Fernando’s plan wordt slechts gesteund door zijn broer Henrique. Hun broer Pedro en hun half­broer Afonso, graaf van Barce­los, zijn tegen de onder­ne­ming gekant en ook de op één jongste van de vijf broers, João, sluit zich aan bij het standpunt van Pedro en Barcelos. Koning Duarte neemt aanvankelijk een neutraal stand­punt in. De debat­ten binnen de koninklijke familie duren een jaar. Henrique weet koningin Leonor voor het plan te winnen en tenslotte stemt ook de koning ermee in. Er worden schepen gebouwd of ge­char­terd, munitie wordt aangemaakt en recruteringen worden bevolen, on­danks tegen­werking van Barcelos zeilen op 17 augustus 1437 twee vloten uit: één uit Porto, onder leiding van Henri­que en de ander uit Lissa­bon onder bevel van Fernan­do. Een be­trouwbare schat­ting over het aantal schepen is niet voor­handen. Of­schoon gemikt was op een leger van 14.000 man, lopen de schattin­gen over de omvang van de expedi­tie­macht van zes- tot tienduizend. Kenne­lijk is de veld­tocht niet populair. Duarte heeft aangedron­gen op een drieledige aanval, tegelijkertijd op Tanger, Ksar es Seghir (Alcácer Ceguer) en Arzila. Hij rekende hierbij op het verras­sings­ele­ment en de be­weeg­lijkheid van de vloot. Henri­que, die de aanval leidt, ver­werpt dit plan. Hij vaart in slechts vijf dagen naar de Baai van Algeci­ras en steekt dan in vol dag­licht naar Ceuta over, daarmee heel Marokko alarmerend. Om onduide­lij­ke redenen wordt de ontscheping van de strijd­macht weken uitge­steld. Ver­moede­lijk vindt de landing op 9 sep­tember plaats. Omdat de directe weg naar Tanger onbe­gaan­baar is, wordt Henrique gedwon­gen de omweg over Tétouan te maken.

      /   Beantwoorden  / 
  5. Vic

    Hoe durven die t.ring Engelsen te beweren dat wij een achtergesteld land hebben terwijl zij daar de oorzaak van zijn. Laat hun de zgn oudste bondgenootschap in hun r.et steken. Inderdaad wij Portugezen accepteren veel te veel van buitenlanders helaas maar dat zal veranderen. We hebben ook een nationalistische partij zoals jullie.

      /   Beantwoorden  / 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.